Sentun Slim met je centen. Veilig met je data.
Belasting

Algemene heffingskorting 2026: hoogte, afbouw en uitbetaling aan je partner

Algemene heffingskorting 2026: maximaal €3.115, afbouw vanaf €29.736 verzamelinkomen. Hoogte, rekenvoorbeeld en uitbetaling aan je minstverdienende partner.

11 min lezen Sentun
Close-up van iemands handen die schrijven in een notitieboekje aan een houten keukentafel, met twee gesloten enveloppen en een rekenmachine ernaast, warm ochtendlicht

Het korte antwoord: de algemene heffingskorting is in 2026 maximaal €3.115 per jaar als je de AOW-leeftijd nog niet hebt bereikt, en maximaal €1.556 als je die het hele jaar al wel hebt bereikt. Vanaf een verzamelinkomen van €29.736 bouwt de korting af, tot €0 bij €78.427. Iedereen die inkomstenbelasting betaalt krijgt hem, meestal al verrekend via de loonheffingskorting bij je werkgever, uitkeringsinstantie of pensioenfonds. Dit artikel laat zien hoe de bedragen voor 2026 en 2025 precies in elkaar zitten, wat het verschil is met de loonheffingskorting, en wanneer de korting aan je minstverdienende partner kan worden uitbetaald.

Wat is de algemene heffingskorting?

De algemene heffingskorting is een heffingskorting in de inkomstenbelasting: een bedrag dat rechtstreeks van de belasting die je verschuldigd bent wordt afgetrokken, in plaats van eerst van je inkomen. Anders dan de arbeidskorting, die alleen geldt over inkomen uit werk, of de ouderenkorting, die alleen vanaf je AOW-leeftijd geldt, is de algemene heffingskorting voor iedereen die inkomstenbelasting betaalt: of je inkomen nu uit loon, winst uit onderneming, een uitkering, pensioen of vermogen komt.

De hoogte hangt af van twee dingen: je verzamelinkomen in dat jaar, en of je de AOW-leeftijd al hebt bereikt. Verzamelinkomen is je totale inkomen uit box 1, 2 en 3 samen, na aftrek van de posten die je mag aftrekken (zoals aftrekbare zorgkosten of giften); het is dus meer dan alleen je loon of AOW-uitkering.

Hoogte van de algemene heffingskorting in 2026

Voor het belastingjaar 2026 gelden deze bedragen en grenzen:

Nog niet AOW-leeftijdHele jaar AOW-leeftijd
Maximale heffingskorting€3.115€1.556
Verzamelinkomen tot waar het maximum geldt€29.736€29.736
Afbouwpercentage boven die grens6,398%3,195%
Verzamelinkomen waarbij de korting €0 is€78.427€78.427

Bron: belastingdienst.nl, tabel algemene heffingskorting 2026. Het uiteindelijke bedrag op je aanslag kan door afronding een paar euro afwijken van wat je zelf berekent; de Belastingdienst geeft aan dat het aanslagbedrag dan leidend is.

Bereik je in de loop van 2026 je AOW-leeftijd, dan berekent de Belastingdienst dat automatisch bij je aangifte; daar staat geen aparte tabel voor in deze pagina. Wil je je voorlopige aanslag daar vooraf al op aanpassen, gebruik dan het onlineformulier “Verzoek of wijziging voorlopige aanslag 2026” in Mijn Belastingdienst.

Hoogte van de algemene heffingskorting in 2025

Ter vergelijking, voor het belastingjaar 2025:

Nog niet AOW-leeftijdHele jaar AOW-leeftijd
Maximale heffingskorting€3.068€1.536
Verzamelinkomen tot waar het maximum geldt€28.406€28.406
Afbouwpercentage boven die grens6,337%3,170%
Verzamelinkomen waarbij de korting €0 is€76.818€76.818

Bron: belastingdienst.nl, tabel algemene heffingskorting 2025. Het maximumbedrag ging dus van €3.068 naar €3.115 (niet-AOW), terwijl de grens waar de afbouw begint opschoof van €28.406 naar €29.736. Deze bedragen worden jaarlijks opnieuw vastgesteld; reken voor je eigen aangifte altijd met de cijfers van het jaar waarover je aangifte doet.

Hoe de afbouw precies werkt

Tot een verzamelinkomen van €29.736 krijg je het volledige bedrag. Kom je daarboven, dan daalt de korting met het afbouwpercentage van elke euro verzamelinkomen daarboven, tot hij bij €78.427 op €0 uitkomt. De formule voor wie de AOW-leeftijd nog niet heeft bereikt:

Algemene heffingskorting = €3.115 − 6,398% × (verzamelinkomen − €29.736), met een minimum van €0.

Voor wie de AOW-leeftijd het hele jaar al heeft bereikt, geldt dezelfde opzet maar met een lager maximum en een lager afbouwpercentage: €1.556 − 3,195% × (verzamelinkomen − €29.736). Dat de afbouwgrens voor beide groepen gelijk is, maar het maximum en percentage niet, verklaart waarom de korting voor AOW-gerechtigden sneller richting €0 beweegt bij een vergelijkbaar inkomen boven de grens: een kleiner bedrag bouwt in absolute euro’s nu eenmaal sneller af dan een groter bedrag bij hetzelfde percentage van het meerdere, ook al is het percentage zelf lager.

Een rekenvoorbeeld: twee inkomensniveaus

Een vereenvoudigd, indicatief voorbeeld op basis van de 2026-tabel voor wie de AOW-leeftijd nog niet heeft bereikt:

Verzamelinkomen €40.000Verzamelinkomen €90.000
Zit boven de afbouwgrens van €29.736?Ja, met €10.264Ja, boven €78.427
Berekening€3.115 − 6,398% × €10.264n.v.t.
Algemene heffingskorting (afgerond)€2.458€0

Bedragen zijn afgerond op hele euro’s; de Belastingdienst rekent met centen, dus het bedrag op je eigen aanslag kan een paar euro afwijken. Dit voorbeeld isoleert bovendien alleen de algemene heffingskorting; je daadwerkelijke aanslag hangt ook af van andere heffingskortingen, aftrekposten en je box 3-situatie. Reken dit altijd door op je eigen cijfers in plaats van op dit voorbeeld te vertrouwen.

Algemene heffingskorting versus loonheffingskorting: niet hetzelfde

Deze twee termen worden vaak verward, maar het is geen aparte korting naast de algemene heffingskorting: de loonheffingskorting is de manier waarop je de korting al tijdens het jaar laat verrekenen, in plaats van pas achteraf bij je aangifte.

  • Algemene heffingskorting: het bedrag zelf dat je belasting verlaagt, met een hoogte die afhangt van je verzamelinkomen en leeftijd (zie de tabellen hierboven).
  • Loonheffingskorting: een keuze (ja of nee) die je bij je werkgever, uitkeringsinstantie, pensioenfonds of de SVB doorgeeft. Zeg je “ja”, dan houdt die partij bij het berekenen van je nettoloon of -uitkering al rekening met de algemene heffingskorting (en eventueel de arbeidskorting). Je houdt dan maandelijks meer netto over, maar het is een voorschot: bij je aangifte wordt het definitieve bedrag vastgesteld over je werkelijke jaarinkomen.

Heb je naast je loon nog een andere inkomstenbron, bijvoorbeeld een tweede dienstbetrekking, een uitkering of een pensioen, dan kun je de loonheffingskorting maar bij één van die uitkerende partijen tegelijk laten toepassen. Gebeurt dat bij meerdere tegelijk, dan loop je het risico dat je bij je aangifte moet bijbetalen, omdat de korting dan dubbel is verrekend over wat uiteindelijk je totale jaarinkomen blijkt te zijn.

Uitbetaling aan je minstverdienende partner

Heb je zelf weinig of geen inkomen en dus niet genoeg belasting om je eigen heffingskorting tegen weg te strepen, dan vervalt dat overschot normaal gesproken. Er is wel een regeling voor fiscale partners, maar die is aflopend: alleen als jij de minstverdienende partner bent en bent geboren vóór 1963, kan de Belastingdienst (een deel van) je algemene heffingskorting aan jou uitbetalen, voor zover je partner daar wel voldoende belasting over betaalt. Ben jij, of je partner, geboren in 1963 of later, dan geldt deze uitbetaling niet meer.

Hoeveel je precies krijgt, hangt af van je eigen inkomen en van hoeveel belasting jij en je partner samen verschuldigd zijn; de Belastingdienst noemt hier geen vast bedrag of vaste drempel los van die berekening. Je vraagt dit niet apart aan: na het doen van je aangifte inkomstenbelasting beoordeelt de Belastingdienst automatisch of je er recht op hebt. Veranderde de situatie van je partner het jaar erna, bijvoorbeeld door werk in het buitenland of het bereiken van de AOW-leeftijd, dan kan de uitbetaling lager uitvallen of wegvallen; dat kun je vooraf checken en bijstellen via de voorlopige aanslag, zodat je niet achteraf voor een bijbetaling komt te staan.

Bron: belastingdienst.nl, heffingskortingen laten uitbetalen.

Algemene heffingskorting versus arbeidskorting en ouderenkorting

Deze drie heffingskortingen worden vaak door elkaar gehaald, maar het zijn drie aparte regelingen die je naast elkaar kunt krijgen:

  • Algemene heffingskorting: voor iedereen met inkomen in box 1, 2 of 3, ongeacht of dat inkomen uit werk komt. Bouwt af naarmate je verzamelinkomen stijgt (zie hierboven).
  • Arbeidskorting: geldt alleen over je arbeidsinkomen (loon of winst uit onderneming), niet over bijvoorbeeld vermogen of een uitkering die niet aan werk is gekoppeld. Bouwt eerst op en daarna weer af, met een eigen tabel en een hoger maximum (€5.685 in 2026).
  • Ouderenkorting: een aparte, extra korting die alleen geldt vanaf je AOW-leeftijd, bovenop de (lagere) algemene heffingskorting die je dan nog krijgt.

Heb je arbeidsinkomen en ben je nog geen AOW-leeftijd, dan krijg je zowel de algemene heffingskorting als de arbeidskorting. Heb je je AOW-leeftijd al bereikt, dan krijg je de (lagere) algemene heffingskorting plus de ouderenkorting, en eventueel nog arbeidskorting als je blijft doorwerken.

Hoe Sentun je hierbij kan helpen

De algemene heffingskorting zelf is een vast gegeven: de Belastingdienst berekent hem automatisch volgens de tabel. Waar een AI wel bij kan helpen, is het samen met jouw eigen cijfers (inkomen uit box 1, 2 en 3, en de situatie van een eventuele fiscale partner) doorrekenen wat dat concreet voor je verzamelinkomen en daarmee je heffingskorting betekent, en of je loonheffingskorting of voorlopige aanslag daar nog goed op aansluit. Dat vraagt om documenten vol persoonsgegevens, zoals je BSN en inkomen, die je niet zomaar ongefilterd in een AI-chat wilt plakken.

Daar is Sentun voor gemaakt: als veilige tussenstap, niet als de AI zelf. Sentun analyseert of beoordeelt niets; het haalt de persoonsgegevens lokaal uit je documenten en zet een gerichte vraag klaar. De uitkomst komt daarna uit de AI-dienst die jij zelf kiest, niet van Sentun.

  1. Anonimiseer lokaal. Je upload je IB-aangifte (en eventueel die van je partner) in je browser. De anonimisatie draait op je eigen apparaat; je naam, BSN en andere persoonsgegevens worden vervangen door placeholders. Je documenten verlaten je apparaat niet.
  2. Krijg een doordachte vraag. Je krijgt de geanonimiseerde tekst plus een expertprompt die de AI je verzamelinkomen en de daaruit volgende heffingskortingen systematisch laat doorlopen.
  3. Plak in de AI van je keuze. ChatGPT, Claude, Gemini, of een dienst zonder accountplicht zoals Duck.ai. De AI ziet alleen bedragen en structuur, niet wie erachter zit; controleer in de laatste stap zelf dat alle persoonlijke gegevens echt vervangen zijn.

Het resultaat is geen formeel belastingadvies, maar een gestructureerde eerste inschatting die je kunt gebruiken om je voorlopige aanslag te checken of je aangifte voor te bereiden.

Welke documenten heb je nodig?

  • IB-aangifte of jaaropgave (anonimiseer je met Sentun): je verzamelinkomen, nodig om te zien waar je in de afbouw van de algemene heffingskorting zit.
  • IB-aangifte van je fiscale partner, indien van toepassing (anonimiseer je met Sentun): relevant als je wilt doorrekenen of een uitbetaling aan een minstverdienende partner mogelijk is.
  • Overzicht box 3-vermogen, indien van toepassing (zelf in je vraag verwerken zonder herleidbare gegevens): ook vermogen telt mee in je verzamelinkomen.

Gebruik de originele PDF zoals je die downloadt, dus de versie waarin je de tekst met je muis kunt selecteren, geen scan of telefoonfoto.

Wat AI niet kan

Een AI kan rekenfouten maken en werkt alleen met de gegevens die jij aanlevert, dus controleer de uitkomst altijd. Het kan geen bindende uitspraak doen over je definitieve heffingskorting, je aangifte niet voor je indienen, en geen formeel fiscaal advies geven. Zie de AI-analyse als een eerste inschatting en voorbereiding, niet als vervanging van je definitieve aanslag of een gesprek met een adviseur.

Veelgestelde vragen

Hoeveel is de algemene heffingskorting in 2026? Maximaal €3.115 als je de AOW-leeftijd nog niet hebt bereikt, en maximaal €1.556 als je die het hele jaar al wel hebt bereikt. Vanaf een verzamelinkomen van €29.736 bouwt de korting af, tot €0 bij €78.427.

Wat is het verschil tussen de algemene heffingskorting en de loonheffingskorting? De algemene heffingskorting is het bedrag zelf dat je belasting verlaagt. De loonheffingskorting is de keuze die je bij je werkgever, uitkeringsinstantie of pensioenfonds maakt om die korting (en de arbeidskorting) al in je maandelijkse loon of uitkering te laten verrekenen, in plaats van pas bij je aangifte.

Kun je de algemene heffingskorting overdragen aan je partner? Alleen in een aflopende regeling. Is je fiscale partner je minstverdienende partner en geboren vóór 1963, dan kan de Belastingdienst het deel van de korting dat je partner niet zelf gebruikt, aan hem of haar uitbetalen. Ben je of is je partner geboren in 1963 of later, dan geldt deze uitbetaling niet.

Waarom krijg ik niet mijn volledige algemene heffingskorting? Een heffingskorting verlaagt alleen de belasting die je daadwerkelijk verschuldigd bent. Is je verzamelinkomen hoger dan €29.736, dan bouwt de korting al af. Is je verschuldigde belasting lager dan de korting waar je recht op hebt, dan blijft het overschot bovendien onbenut, behalve in de uitbetalingsregeling aan een minstverdienende partner geboren vóór 1963.

Moet ik de algemene heffingskorting zelf aanvragen? Nee. Werk je in loondienst of ontvang je een uitkering of pensioen, dan past de uitkerende partij de korting meestal al toe via de loonheffingskorting. Bij je aangifte inkomstenbelasting berekent de Belastingdienst het definitieve bedrag automatisch over je werkelijke verzamelinkomen van dat jaar.

Check je eigen situatie

Wil je weten wat de algemene heffingskorting en de andere heffingskortingen voor jouw eigen inkomen betekenen, zonder je gegevens prijs te geven? Bekijk hoe de belastingcheck van Sentun werkt.

Dit artikel is algemene informatie, geen fiscaal of financieel advies. Bedragen en drempels kunnen per jaar verschillen. Raadpleeg de Belastingdienst of een adviseur voor je eigen situatie.