Sentun Slim met je centen. Veilig met je data.
Vermogen

Box 3 belasting: zo werkt de belasting over je vermogen

Hoe box 3 werkt: het heffingvrij vermogen, de forfaitaire percentages voor 2026, de tegenbewijsregeling bij een lager rendement en het nieuwe stelsel vanaf 2028.

12 min lezen Sentun
Groene spaarpot en glazen pot met euromunten op een houten vensterbank, met zicht op een Nederlandse gracht in avondlicht

Het korte antwoord: in box 3 betaal je belasting over je spaargeld, beleggingen en andere bezittingen boven een heffingvrij vermogen, niet over je inkomen uit werk. De fiscus rekent daarbij niet met wat je werkelijk hebt verdiend, maar met een verondersteld (forfaitair) rendement, dat sinds 2023 apart wordt berekend voor sparen, beleggen en schulden. Vind je dat forfait te hoog ten opzichte van je eigen rendement, dan kun je via de tegenbewijsregeling je werkelijke rendement opgeven. Dit artikel legt uit hoe de berekening in elkaar zit, wat er in 2026 verandert, en wat je zelf kunt doen.

Kort: box 3 is de belasting over je vermogen boven het heffingvrij vermogen (in 2026: €59.357 per persoon, €118.714 voor fiscale partners samen). Je betaalt 36% belasting over een forfaitair rendement dat per vermogenscategorie verschilt: laag voor spaargeld, hoger voor beleggingen. Heb je aantoonbaar minder werkelijk rendement gehad, dan kun je dat in je aangifte opgeven via de tegenbewijsregeling.

Wat is box 3 precies?

De Nederlandse inkomstenbelasting is verdeeld in drie boxen: box 1 (werk en woning), box 2 (aanmerkelijk belang, bijvoorbeeld aandelen in je eigen bv) en box 3 (sparen en beleggen). Box 3 belast niet je vermogen zelf, maar een verondersteld inkomen dat de fiscus aan dat vermogen toerekent. Dat is een belangrijk verschil met een klassieke vermogensbelasting, die direct een percentage van je bezit zou heffen. In de praktijk wordt de term “vermogensbelasting” er toch vaak voor gebruikt. Sinds het Kerstarrest van de Hoge Raad (eind 2021) is het stelsel meerdere keren aangepast; verderop lees je waarom.

Wat telt mee als box 3-vermogen?

Grofweg alles wat niet in box 1 of box 2 valt en geen eigen woning is. De belangrijkste posten:

  • Spaargeld en banktegoeden, in Nederland en in het buitenland.
  • Beleggingen: aandelen, obligaties, beleggingsfondsen, cryptovaluta.
  • Een tweede woning of vakantiewoning, en verhuurd vastgoed dat niet je hoofdverblijf is.
  • Overige bezittingen zoals contant geld boven een kleine vrijstelling, vorderingen op anderen, en bepaalde rechten.
  • Schulden die niet aan je eigen woning of onderneming zijn gekoppeld, zoals een persoonlijke lening of creditcardschuld, verminderen je grondslag (met een drempel, zie hieronder).

Je eigen woning, pensioenopbouw in de tweede pijler en je aandeel in een eigen bv (box 2) vallen dus buiten box 3.

Het heffingvrij vermogen: tot waar betaal je niets

Onder een bepaalde drempel betaal je geen box 3-belasting. Voor 2026 is dat heffingvrij vermogen €59.357 per persoon. Heb je een fiscaal partner, dan tellen jullie vermogens samen en verdubbelt de vrijstelling naar €118.714. Alleen over het deel dáárboven betaal je uiteindelijk belasting; hoe die toerekening rekentechnisch werkt, lees je hieronder.

Voor schulden geldt een aparte, lagere drempel: pas schulden boven €3.800 per persoon (€7.600 voor partners) verminderen je grondslag. Kleinere schulden tellen dus niet mee.

Deze bedragen worden jaarlijks (beperkt) geïndexeerd, dus reken voor een ander belastingjaar niet automatisch met dezelfde cijfers.

Zo wordt je box 3-belasting berekend

De berekening gaat in twee stappen. Eerst bepaalt de Belastingdienst je forfaitaire rendement per vermogenscategorie, daarna wordt daarover 36% belasting geheven.

Voor de voorlopige aanslag 2026 gelden de volgende forfaitaire percentages:

CategorieForfaitair rendement 2026Status
Spaargeld en banktegoeden1,28%Voorlopig
Beleggingen en overige bezittingen6,00%Vooraf vastgesteld
Schulden (drukkend op de grondslag)2,70%Voorlopig

Het percentage voor beleggingen ligt al vooraf vast, omdat het is gebaseerd op een langjarig gemiddeld rendement van aandelen, obligaties en onroerend goed. De percentages voor sparen en schulden volgen de werkelijke marktrente van dát kalenderjaar, en worden daarom pas begin 2027 definitief vastgesteld voor het belastingjaar 2026. Je definitieve aanslag kan dus nog iets afwijken van je voorlopige aanslag. Check je eigen, actuele percentages altijd op belastingdienst.nl, want dit zijn de cijfers zoals gepubliceerd voor de voorlopige aanslag van dit jaar.

De optelsom werkt zo: eerst wordt je vermogen verdeeld over de categorieën sparen, beleggen en schulden, op basis van de waarde op 1 januari van het belastingjaar. Vervolgens wordt op elke categorie het bijbehorende percentage toegepast, en dat samen (min het aftrekeffect van schulden) vormt je forfaitaire rendement over je hele vermogen. Daarna wordt dat rendement naar verhouding toegerekend aan het deel van je vermogen boven het heffingvrij vermogen, en over dat toegerekende deel betaal je 36%.

Een rekenvoorbeeld (indicatief)

Stel: je hebt als alleenstaande €40.000 spaargeld en €40.000 in beleggingen, geen schulden. Je totale vermogen is €80.000, dus €20.643 boven het heffingvrij vermogen van €59.357.

  • Forfaitair rendement sparen: €40.000 × 1,28% = €512.
  • Forfaitair rendement beleggen: €40.000 × 6,00% = €2.400.
  • Totaal forfaitair rendement: €2.912 over een vermogen van €80.000, ofwel een gemiddeld forfaitair rendementspercentage van 3,64%.
  • Toegerekend aan het deel boven het heffingvrij vermogen (€20.643 / €80.000 × €2.912): ongeveer €751 belastbaar inkomen.
  • Belasting: 36% × €751 ≈ €270.

Dit is een vereenvoudigd, indicatief voorbeeld. De Belastingdienst rekent met je exacte aangiftegegevens en eigen afrondingsregels, en je werkelijke aanslag hangt af van je exacte vermogensmix, eventuele schulden en of je een fiscaal partner hebt. Gebruik dit alleen om een gevoel te krijgen bij de orde van grootte.

Het Kerstarrest: waarom de regels veranderden

Vanaf 2017 rekende de Belastingdienst niet meer met je werkelijke spaargeld en beleggingen, maar met een vermogensmix die verondersteld werd: hoe groter je vermogen, hoe groter het deel dat verondersteld werd belegd te zijn tegen een hoger forfaitair rendement. Had je in werkelijkheid vooral laagrentend spaargeld, dan werd je toch belast alsof een deel daarvan een hoger beleggingsrendement had opgeleverd. Doordat de spaarrente jarenlang laag was, betaalden veel spaarders belasting over een fictief rendement dat ze in werkelijkheid nooit haalden. De Hoge Raad oordeelde in het Kerstarrest van 24 december 2021 dat dit verondersteld-vermogensmix-stelsel in strijd was met het eigendomsrecht en het gelijkheidsbeginsel uit het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, wanneer het werkelijke rendement structureel lager lag dan het forfaitaire rendement.

Dat arrest leidde tot rechtsherstel voor eerdere jaren en tot overbruggingswetgeving met de aparte forfaits voor sparen, beleggen en schulden die nu gelden. Het is nadrukkelijk een tussenoplossing: het kabinet werkt aan een structureel nieuw stelsel (zie verderop), maar tot die tijd gelden deze forfaits met tegenbewijsmogelijkheid.

De tegenbewijsregeling: lager werkelijk rendement?

Sinds belastingjaar 2025 kun je in je aangifte zelf je werkelijke rendement opgeven, als dat aantoonbaar lager is dan het forfaitaire rendement. Dat werkelijke rendement omvat niet alleen ontvangen rente, dividend en huur, maar ook waardeveranderingen van je bezittingen (koerswinst of -verlies). Kosten mag je daarbij in de regel niet aftrekken (zoals aan- en verkoopkosten van beleggingen of onderhoud van een tweede woning); rente over je box 3-schulden wel.

Belangrijk om te weten:

  • Je moet het zelf aantonen en onderbouwen. De aangifte werkelijk rendement vraagt om een eigen berekening; er is (nog) geen automatisch vooringevulde optie voor de meeste vermogensbestanddelen.
  • Het is een keuze per jaar, niet per vermogenscategorie. Je kiest voor het hele box 3-vermogen samen voor forfaitair óf werkelijk rendement, niet een mix.
  • Ook voor eerdere belastingjaren kan tegenbewijs, onder voorwaarden. Voor de jaren tot en met 2024 loopt dat via de Opgaaf werkelijk rendement (formulier of Mijn Belastingdienst). Of je in aanmerking komt, hangt onder meer af van of je destijds op tijd bezwaar hebt gemaakt of je aanslag nog niet definitief vaststond.

Heb je vooral spaargeld met een lage rente gehad, dan is tegenbewijs vaak niet nodig: het spaarforfait ligt al dicht bij de werkelijke marktrente. Voor wie een verlies heeft geleden op beleggingen, of een leegstaand tweede huis met weinig rendement heeft, kan tegenbewijs wel de moeite waard zijn.

Op naar een nieuw stelsel: werkelijk rendement vanaf 2028

De tegenbewijsregeling is bedoeld als overbrugging. Het kabinet wil box 3 structureel baseren op je daadwerkelijke rendement: de rente, dividend en huur die je hebt ontvangen, plus de waardeontwikkeling van je vermogen, in plaats van een forfaitair percentage. De Tweede Kamer heeft het wetsvoorstel hiervoor aangenomen; het ligt op het moment van schrijven nog bij de Eerste Kamer, dus de definitieve invoeringsdatum staat nog niet vast. Het kabinet mikt op 1 januari 2028.

Wat dit voor jou betekent, hangt sterk af van je vermogensmix en blijft de komende jaren nog in beweging. Zolang het nieuwe stelsel niet definitief is aangenomen, blijven de forfaits met tegenbewijsregeling het uitgangspunt.

Zo verklein je je box 3-aanslag legaal

Een paar concrete hendels die vaak over het hoofd worden gezien:

  • Verdeel vermogen slim met je fiscaal partner. Jullie gezamenlijke grondslag mag je vrij verdelen in de aangifte. Dat verlaagt de box 3-heffing zelf meestal niet (het tarief is voor allebei 36% en de vrijstelling wordt al vóór de verdeling gezamenlijk toegepast), maar de verdeling werkt door in je verzamelinkomen en kan zo schelen in heffingskortingen, toeslagen en inkomensafhankelijke drempels zoals die voor zorgkosten. Zie ook de meest gemiste aftrekposten, waarin deze verdeelkeuze ook aan bod komt.
  • Aflossen op je hypotheek verlaagt indirect je box 3-vermogen. Geld dat je van een spaarrekening gebruikt om af te lossen, verdwijnt uit box 3, want je eigen woning valt in box 1. Dit telt alleen voor het belastingjaar als het vóór de peildatum (1 januari) is afgelost, en aflossen is niet automatisch de beste keuze. De afweging staat uitgewerkt in hypotheek aflossen of beleggen.
  • Groene beleggingen kennen een aanvullende vrijstelling boven op het heffingvrij vermogen (in 2026: €26.715 per persoon), met een kleine extra heffingskorting. Let op: volgens de huidige wetgeving wordt de vrijstelling per 2027 vrijwel volledig afgebouwd en verdwijnt de regeling per 2028.
  • Check schulden die je vergeet mee te tellen, zoals een studieschuld of persoonlijke lening boven de schulddrempel, mits die op de peildatum (1 januari) nog openstond.
  • Overweeg tegenbewijs bij een aantoonbaar laag rendement, zeker na een beleggingsjaar met verlies.

Dit zijn algemene aandachtspunten, geen persoonlijk advies: wat voor jou zinvol is, hangt af van je volledige situatie.

Veelgemaakte misverstanden over box 3

  • “Box 3 is een vermogensbelasting van 36%.” Onjuist: 36% is het tarief over het forfaitaire rendement, niet over je hele vermogen. Effectief betaal je meestal ergens tussen de 0,5% en ruim 2% van je vermogen boven de vrijstelling, afhankelijk van je mix.
  • “Mijn eigen woning telt mee in box 3.” Nee, die valt (met de hypotheekschuld) in box 1.
  • “Ik kan zelf kiezen welk forfait per bezitting geldt.” Nee, de categorie-indeling (sparen, beleggen, overig) volgt uit het type bezitting, niet uit jouw voorkeur.
  • “Werkelijk rendement opgeven is altijd voordeliger als ik weinig rendement had.” Vaak wel, maar je moet het onderbouwen en het geldt voor je hele box 3-vermogen, niet selectief per bezitting.

Zo check je jouw box 3-positie veilig met AI

Uitzoeken hoe box 3 op jouw situatie uitpakt, of de verdeling met je fiscaal partner logisch is, en of tegenbewijs voor jou het uitzoeken waard is: daar kan een AI-model je goed bij op weg helpen, mits je de juiste gegevens en de juiste vraag aanlevert. Het kan de regels uitleggen en je vermogensmix systematisch langslopen; exact rekenwerk blijft een zwak punt van taalmodellen, dus controleer bedragen altijd zelf of met een adviseur. Het probleem is dat je IB-aangifte vol staat met je BSN, adres en volledige vermogensoverzicht. Die wil je niet zomaar in een chatvenster plakken.

Daarvoor is Sentun gemaakt: niet als de AI zelf, maar als de veilige tussenstap ervoor. Je sleept je IB-aangifte in je browser, waar de anonimisatie lokaal draait; je persoonsgegevens worden vervangen door placeholders voordat er iets een AI bereikt. Je krijgt daarna de geanonimiseerde tekst plus een expertprompt die een AI-model (Claude, ChatGPT of Gemini, naar keuze) je vermogenspositie systematisch laat doorlopen, inclusief box 3-verdeling. De analyse zelf gebeurt in de AI die jij kiest; Sentun ziet je gegevens niet en geeft zelf geen advies. Bekijk hoe de vermogensanalyse van Sentun werkt.

Veelgestelde vragen

Wat is het heffingvrij vermogen in box 3 voor 2026? €59.357 per persoon, €118.714 voor fiscale partners samen. Alleen aan het deel van je vermogen boven dat bedrag wordt uiteindelijk belastbaar rendement toegerekend.

Hoeveel belasting betaal ik in box 3? Je betaalt 36% belasting over je forfaitaire rendement boven het heffingvrij vermogen. Voor de voorlopige aanslag 2026 geldt 1,28% forfaitair rendement voor spaargeld, 6,00% voor beleggingen en overige bezittingen, en 2,70% voor schulden. Voor spaargeld en schulden worden deze percentages pas begin 2027 definitief vastgesteld.

Is box 3 hetzelfde als vermogensbelasting? Niet formeel. Box 3 is inkomstenbelasting over een verondersteld rendement op je vermogen, geen directe heffing over het vermogen zelf. In de praktijk wordt de term vermogensbelasting er vaak toch voor gebruikt.

Wat is de tegenbewijsregeling in box 3? De mogelijkheid om je werkelijke rendement op te geven als dat aantoonbaar lager is dan het forfaitaire rendement: sinds belastingjaar 2025 direct in je aangifte, voor eerdere jaren onder voorwaarden via de Opgaaf werkelijk rendement. Je moet dit zelf onderbouwen en het geldt voor je hele box 3-vermogen tegelijk.

Verandert box 3 in 2028? Het kabinet wil vanaf (naar verwachting) 1 januari 2028 een nieuw stelsel invoeren op basis van werkelijk rendement in plaats van forfaitair rendement. Het wetsvoorstel moet nog door de Eerste Kamer, dus de datum ligt nog niet definitief vast.

Weten hoe jouw box 3-positie ervoor staat

Wil je uitzoeken hoe je vermogen fiscaal is verdeeld en of daar ruimte zit, zonder je aangifte zomaar te delen? Bekijk hoe de vermogensanalyse van Sentun werkt.

Dit artikel is algemene informatie, geen fiscaal of financieel advies. Bedragen, percentages en drempels kunnen per jaar verschillen en worden voor sommige categorieën pas na afloop van het jaar definitief vastgesteld. Raadpleeg de Belastingdienst of een fiscaal adviseur voor je eigen situatie.

Bronnen